Werken

Iedereen zal er in zijn leven mee te maken krijgen. Werken. U ontkomt er niet aan. Vaak beleeft men er veel plezier aan, maar soms kunnen er zich op het werk problemen voordoen. Bijvoorbeeld: u heeft geen vakantiegeld ontvangen, de werkgever ontslaat u zonder reden of er is een onhoudbare werksituatie voor u ontstaan.

Over deze onderwerpen bestaat veel onduidelijkheid en wat u hiertegen kan doen is voor velen helemaal een raadsel! Hiervoor is de sectie werken en uitkeringen van de Rechtswinkel een uitkomst. Want wij zien door de bomen het bos nog wel! Mocht het geval zich voordoen dat wij hier geen duidelijk antwoord op kunnen geven, dan zullen wij u doorverwijzen naar de juiste instantie die u met uw vraag verder kan helpen.

Sectie werken en uitkeringen controleert alle vragen met betrekking tot deze twee rechtsgebieden die aan de rechtswinkeliers gesteld zijn. De sectie houdt zich goed op de hoogte van het arbeidsrecht en op het gebied van uitkeringen. Dit gebeurt door middel van het lezen van verschillende tijdschriften en het bijhouden van de nieuwe wetgeving.

Hieronder hebben we voor u een selectie gemaakt van de meest gestelde vragen per onderwerp.

Concurrentiebeding

Stel: u heeft een arbeidsovereenkomst getekend, waarin u een concurrentiebeding heeft ondertekend. U mag na het einde van de arbeidsovereenkomst gedurende een jaar binnen de provincie Groningen geen soortgelijk werk verrichten

V: Is het beding geldig, bent u hier aan gebonden en wat zijn de consequenties als u zich hier niet aan houdt?
A: Het beding is een afspraak tussen de werkgever en de werknemer waarbij voor de werknemer beperkingen gelden in de wijze waarop hij na het einde van de arbeidsovereenkomst werkzaam kan zijn. De beperking kan een bepaalde regio en een bepaalde periode betreffen. Bijvoorbeeld voor de duur van één jaar en in de provincie Groningen. Het concurrentiebeding moet schriftelijk zijn aangegaan en de werknemer moet meerderjarig zijn op het moment van ondertekening. Als hieraan is voldaan is het concurrentiebeding geldig overeengekomen. Als u het niet eens bent met het beding zou u naar de rechter moeten stappen. Deze zal het beding aan de redelijkheid en billijkheid toetsen. Als de rechter van mening is dat het beding onredelijk of gedeeltelijk onredelijk is zal deze het beding geheel of gedeeltelijk kunnen vernietigen. Wanneer men zich niet aan een geldig concurrentiebeding houdt zal de werkgever een boete opleggen. Eventueel kunt u dit nazoeken in de wet in artikel 7:653 van het Burgerlijk wetboek.
 

Loonvordering

Stel: normaal gesproken krijgt u uw loon uitbetaald op de 21ste van elke maand. Sinds u bij uw huidige werkgever werkt zijn er nooit problemen geweest met het op tijd uitbetalen van uw loon, maar het loon van de vorige maand is nu nog steeds niet uitbetaald. U heeft er al herhaaldelijk om gevraagd, maar ondanks zijn toezeggingen heeft u nog steeds geen loon op uw rekening ontvangen. Het is nu al de 3de van de volgende maand.

V: Wat kunt u nu doen?
A: U kunt een loonvordering instellen omdat de werkgever u niet op tijd heeft uitbetaald ( hij is van rechtswege in verzuim). Dit kunt u het beste doen door middel van een brief (het liefst aangetekend). In deze brief kunt u de werkgever een termijn stellen waarbinnen hij het loon moet hebben uitbetaald. Na de derde dag waarop normaal wordt uitbetaald, vaak is dat op de 21e van de maand, kunt u aanspraak maken op wettelijke verhoging: dat is van de 4de tot en met de 8ste dag 5% van het te vorderen loon boven op het te vorderen loon en elke volgende dag 1%, maar de verhoging mag nooit meer zijn dan 50% van het te vorderen loon. Bovendien kunt u aanspraak maken op wettelijke rente, omdat de werkgever te laat heeft uitbetaald. U kunt dit in de artikelen 7:625 en 6:119 van het Burgerlijk wetboek nazoeken.

Uitkeringen

Stel, u heeft een contract voor 7 maanden. Na 6 maanden wordt u ziek. Uw werkgever vindt dat u niet echt ziek bent, u zou zich maar aanstellen. Uw werkgever vindt dat u maar gewoon moet gaan werken.

V: Wat kunt u hiertegen doen?
A: Tijdens ziekte komt de Arbo-arts langs. Deze bepaalt of u ziek bent, en niet uw werkgever. Eventueel kunt u voor de eerste dagen een doktersverklaring vragen bij uw eigen huisarts.

U bent wel echt ziek en na 14 maanden bent u weer volledig hersteld.
V: Wie betaalt uw loon tijdens de ziekteperiode?
A:

  • Voor de eerste twee dagen van zieket geldt art. 7:629 lid 8 BW (1) en kan worden bedongen dat de werknemer de eerste twee dagen geen recht op loon heeft.
  • Daarna komt het restant van de eerste maand van uw ziekte voor rekening van de werkgever, omdat het contract na 7 maanden afloopt.
  • Vervolgens komt u gedurende elf maanden in de Ziektewet. Dit is de vangnet egeling, omdat u in uw eerste jaar ziek wordt. Nu is er één jaar verstreken waarin u ziek was.
  • Na dit jaar komt u in de WAO.

Vertrek tijdens contract voor bepaalde tijd

Stel, u heeft een contract voor bepaalde tijd van 1 jaar. Deze gaat in op 1 januari 2002 en eindigt op 31 december 2002. Na 6 maanden krijgt u de kans van uw leven; u kan aan de slag bij een werkgever die u veel gunstigere arbeidsvoorwaarden biedt dan uw huidige werkgever.

V: Wat kunt u doen? Mag u zomaar weg?
A: Het gaat hier om een contract voor bepaalde tijd van 1 jaar. Een contract voor bepaalde tijd loopt van rechtswege af. De mogelijkheid om tussentijds te vertrekken bestaat alleen als er een beding van tussentijdse opzegging schriftelijk is overeengekomen door beide partijen, dus voor de werknemer en de werkgever. Bestaat er geen beding van tussentijdse opzegging, dan bent u schadeplichtig jegens uw werkgever. Dit staat in artikel 7:667 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek. Ook bestaat een mogelijk voor uw vertrek als er een dringende reden voor dit vertrek bestaat. Onder dringende reden wordt onder andere verstaan: mishandeling werkgever van de werknemer en poging tot verleiding werkgever van de werknemer. Het aan willen nemen van een andere baan zonder goede reden valt echter niet onder de vereiste gronden, u bent dan ook schadeplichtig als u de overeenkomst opzegt. U kunt dit nalezen in artikel 7:679 lid 1 en 2 van het Burgerlijk Wetboek.